Verantwoording en kwaliteitscriteria

Verantwoording

Kwaliteitscriteria materiaal Krachtenspel.nl

Bij de ontwikkeling van al het materiaal op de website zijn kwaliteitscriteria gehanteerd waarvan is aangetoond dat ze effectief zijn op het gebied van sociaal emotionele educatie (SEE). Ze staan hier in de vorm van de volgende aanbevelingen. Zie ook Literatuur en Bronnen.

Op de leefwereld aansluiten

  • Biedt voorbeeldsituaties die herkenbaar zijn voor de doelgroep.
  • Voorbeelden die diverse doelgroepen aanspreken.
  • Afwisseling in tempo (jongeren zijn vaak veel sneller).
  • Van het begrijpen van nieuwe inzichten naar de praktijk van alledag.
  • Patroon bij jezelf en in eigen groep gaan herkennen.

Gedrag en vaardigheden oefenen

  • Geef do’s en don’ts in gedrag duidelijk aan: wat is effectief? Wat zijn consequenties?
  • Laat mechanismes en patronen onder het gedrag zien die sociaal-emotioneel werken.
  • Laat relatie zien met non-verbale lichaamstaal (toon, houding).
  • Laat zien hoe krachten in groepen werken (groepsdynamisch).

Taalgebruik toegankelijk maken

  • Toegankelijk (niet abstract), ook voor mensen met weinig opleiding.
  • Heldere taal, niet wetenschappelijk, wel uitleg.
  • Humor, voldoende spanning.
  • Boodschap herhalen met voldoende variatie.
  • Introductie nieuwe begrippen en inzichten (herhalen, toepassen, eigen maken).

Overtuigingen en denkbeelden onder gedrag verhelderen

  • Verhelder de (belemmerende) overtuigingen die spelen onder het gedrag.
  • Laat zien welke overtuigingen (niet) effectief werken: positief, realistisch, begrijpelijk.
  • Generaliseer niet.
  • Wees onpartijdig.

Functie van emoties en waarden verhelderen

  • Identificatiemogelijkheden bieden.
  • Niet te dichtbij komen; niet te persoonlijk benaderen.
  • Moraliseren of veroordelen werkt niet in educatief materiaal.
  • Lichaamstaal herkennen.

Functionele beelden en illustraties

  • Symbolen en kleuren gebruiken.
  • Laten zien waar het over gaat in beelden is noodzakelijk.
  • Personificatie werkt beter dan symbolisch gebruik (dieren of fabels).
  • Herkenbare pictogrammen en tekens gebruiken.

Doelgericht en concreet werken

  • Stap voor stap opbouwen (zie stappenplan en overzicht).
  • Diverse leerstijlen (experimenteren, spelen, vertellen, uitleggen enz.).
  • Zelfstandig werken waar mogelijk.

Succesfactoren sociaal-emotionele educatie

Bij het bepalen van succesfactoren voor sociaal-emotionele educatie en een effectieve aanpak voor sociale veiligheid is gebruikgemaakt van aanbevelingen en opmerkingen van Dr. Ewoud Roede (Vollenhoven, 2010). Bij het Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam deed Roede jarenlang onderzoek op het terrein van de sociaal-emotionele ontwikkeling in het onderwijs. De laatste jaren lag de nadruk in zijn onderzoek op de effectiviteit van interventies voor de ontwikkeling van sociale competentie, het voorkomen van geweld en het tegengaan van pesten. Volgens Roede is de kernvraag bij sociale veiligheid op scholen: hoe kunnen docenten en leerlingen systematisch leren nadenken over sociale situaties en over wat de consequenties zijn van wat zij doen en hoe mensen daarop reageren? Roede zegt hierover de volgende kernachtige opmerkingen:

“Daar is beleid en praktijkoefening bij nodig. Oefeningen niet alleen in gedrag, maar juist ook in reflecteren op eigen en andermans waarden, normen en overtuigingen. Dat is nodig om op langere termijn succes te boeken.”

“Het gaat bij een effectieve aanpak niet alleen om het creëren van een meer effectieve omgeving en gedrag, maar ook om emotie, overtuiging, mentale modellen, identiteit en achtergrond. Ook de cultuur van de school en de leerling en groepsdynamische processen spelen een grote rol. Belangrijk is het daarom om eigen risico’s, kansen en knelpunten van zowel de school als van de leerlingen goed in kaart te brengen en een duidelijke aanpak te hebben.”

“Door de eigen situaties van leerlingen op school, stage, op straat, in de buurt of thuis in kaart te brengen, krijg je betrokkenheid en het vermogen om situaties in te schatten en te analyseren wat het beste in de communicatie werkt en wat minder goed of niet werkt. Dat werkt het meest effectief. Het gaat dus niet zozeer om een specifieke effectieve techniek, maar veeleer om het zelf leren inschatten.”

“Zichtbare en meetbare effecten liggen vooral in de verandering van kennis en waarden en normen, sociale cognities en houdingen en niet direct in het veranderen van gedrag op zich. Wel moet voor leerlingen en docenten de cultuur (het klimaat) op school merkbaar veranderen: meer respect, elkaar helpen en vertrouwen en minder pesten. Ga daarom consequent in op concrete situaties! Wie, wat, wanneer, hoe en waarom. Geef voorbeelden en achterhaal samen met docenten en leerlingen wat er achter situaties zit. Het gaat om bewust reageren, niet om vaststaande reacties.”

Overgenomen uit een interview van Mieke Vollenhoven met Ewoud Roede. Bron: Vollenhoven, M. & J. Ausum. (2010). 10 stappen naar een veiliger school, sociale veiligheid: procesformat en instrumenten voor effectief beleid. Amersfoort: CPS.

Kwaliteitscriteria beleid sociale veiligheid

In de publicatie 10 stappen naar een Veiliger school wordt gesteld dat het – gezien de verschillen tussen scholen en omgeving – niet mogelijk is om algemeen geldende kwaliteitscriteria voor het bereiken van sociale veiligheid op te stellen. Ook al voldoen de materialen en het stappenplan aan de nodige kwaliteitscriteria. Dit geldt ook voor het toepassen van het materiaal op de website Krachtenspel.nl. Het betekent dat de school of organisatie steeds zelf moet bekijken wat het meest effectief is in de eigen situatie.

De volgende kwaliteitscriteria zijn gericht op de vraag of het effectief is wat een school of organisatie doet met het materiaal. De schoolleiding kunnen deze criteria gebruiken als handreiking in processen in de eigen school en omgeving. De 10 kwaliteitscriteria voor een effectief beleid zijn overgenomen uit 10 stappen naar een Veiliger school.

1. Effectieve focus en veranderingsvisie

De schoolleiding heeft een effectieve focus op een concreet thema rond sociale veiligheid. Deze focus sluit aan bij de praktische vragen van de mensen in de school en de omgeving, gaat in op hun ervaringen en past bij hun taal en denkwijze. Er kunnen op korte termijn concrete successen worden geboekt, de focus is ‘SMART’ uit te werken, spreekt aan, is een uitdaging voor mensen en past bij hun verlangen naar verandering. Het thema (focus) is voldoende begrensd en kan in kleine stappen door de hele organisatie worden benaderd.

2. Effectieve taken en verantwoordelijkheden

De verantwoordelijkheden van de leiding en van specialisten zijn helder. Speciale functies, zoals van de veiligheidscoördinator, zijn duidelijk omschreven. Iedereen weet waar hij met verschillende vragen/onderwerpen terecht kan en wat er van hem wordt verwacht in de communicatie met de schoolleiding, collega’s en leerlingen. De functies en verantwoordelijkheden passen bij de talenten, capaciteiten en competenties van mensen en als dit niet het geval is, worden deze verantwoordelijkheden bij de betreffende persoon weggehaald. Competenties en resultaten worden besproken en geëvalueerd in functioneringsgesprekken, beoordelingsgesprekken en persoonlijke plannen. Er vindt coaching plaats als dat nodig is.

3. Effectieve leiding en vertegenwoordiging

Er is een beleidsgroep sociale veiligheid die gedragen wordt en waarin de directie, alle teamleiders, de veiligheidscoördinator,

zorgcoördinator en het onderwijsondersteunend personeel aanwezig zijn. De directie en het onderwijsondersteunend personeel kunnen worden vertegenwoordigd. Er is voldoende brede en specialistische inbreng en ontwikkeling en er wordt adequaat gedelegeerd. Er is een goede afstemming en niet teveel overlap met andere beleidsterreinen.

4. Effectieve strategie

De schoolleiding werkt vanuit een veranderingsvisie aan het schoolklimaat en aan sociale veiligheid. De visie, strategie, beleidsstappen en het implementatieproces passen bij de huidige cultuur van de school. Er is draagvlak bij personeel, specialisten, leerlingen en de omgeving van de school en zij worden uitgedaagd om actief mee te denken en mee te doen.

5. Effectieve communicatie

De uitgangspunten en de strategie voor het proces en de beoogde resultaten zijn helder geformuleerd en worden effectief gecommuniceerd met de betrokkenen in de school. Dit leidt tot meer betrokkenheid, zelfreflectie, initiatief, samenwerking en succes en tot een blijvend resultaat, dat zichtbaar is in het gedrag en de houding van personeel en leerlingen.

6. Effectieve planning in fasen

Er wordt effectief ingespeeld op de periodes in het jaar en op de fasen en groepsprocessen (bij docenten en leerlingen) tijdens het implementatieproces. Werkoverleg en terugkoppelingsmomenten zijn gepland in het jaar.

7. Effectieve doorwerking

Het beleid werkt door in de diverse deelgebieden van de school: managementteam, organisatie, docententeam, pedagogisch didactisch klimaat in de klas, leerlingbegeleiders, zorgcoördinatie, teamleiders, professionalisering docenten, onderwijsondersteunend personeel, ouders, veiligheidscoördinator en het veiligheidsplan. In een latere fase is er aandacht voor verbreding naar de omgeving van de school.

8. Effectieve implementatie

De kernpunten voor implementatie zijn begrijpelijk, toepasselijk en spreken aan. Er is sprake van voldoende professionalisering en oefening. Mensen in de school – dus ook de leerlingen – ervaren elke dag uitdagingen en kansen om invulling te geven aan het thema door vaardigheden en competenties praktisch te oefenen. Ze werken aan blijvend en omschreven resultaat voor henzelf, het team of de klas en de omgeving.

9. Effectieve beleidscyclus

Er is samenhang tussen de beleidsstappen, besluitvorming en implementatieprocessen en het proces verloopt volgens de PDCA-cyclus. Het beleids- en implementatieproces wordt gestuurd door de beleidsgroep en er wordt regelmatig teruggekoppeld naar leidinggevenden en beleidsgroep.

10. Effectieve evaluatie, monitoring en registratie

Er wordt gedurende het proces regelmatig effectief geëvalueerd aan de hand van de kwaliteitscriteria: doen we de goede dingen, doen we deze goed en wat gaat wel en niet goed? Successen worden gevierd, ontwikkelingen en verbeterpunten worden geïnventariseerd en meegenomen in het beleid. In de aansturing is er evenwicht tussen topdown en bottom-up. Conclusies, die zijn gerelateerd aan het leerproces van betrokkenen, worden geïnventariseerd en meegenomen naar de volgende beleidsfase.

Bron kwaliteitscriteria: Vollenhoven, M. & J. Ausum. (2010). 10 stappen naar een veiliger school, sociale veiligheid: procesformat en instrumenten voor effectief beleid. Amersfoort: CPS.

 

nieuws symbool

Verantwoording taal en beelden

Krachten en tijdgeesten

Waarom gebruiken we woorden zoals tijdgeesten, gebruiken we fantasierijke beelden om de krachten te duiden en op basis waarvan hebben we bepaald om welke krachten het gaat? Soms gebruiken de hoofdpersonen in het verhaal de naam tijdgeesten om krachten aan te duiden die in mensen leven. Het zijn krachten die door de tijdgeest een bepaalde vorm aannemen en waar je op tijd bij moet zijn. Voor die krachten bestond nog geen leuk, eigentijds woord dat concreet en toegankelijk is. De tijdgeest laat zien hoe mensen zich in een bepaalde tijd gedragen. De krachten die daarvoor zorgen, spelen vaak onbewust. Je doet met anderen mee voordat je er erg in hebt. Het verhaal over de tijdgeesten laat zien om wat voor krachten het kan gaan en wat mensen er mee kunnen doen. Zowel de lichte kant als de donkere kant van de tijdgeesten komt aan bod. Dit verhaal gaat dus niet over geesten die los van mensen bestaan. Het woord geesten wordt spelenderwijs soms bij het spel gebruikt om het eenvoudig te houden. We kiezen bij de Engelse vertaling voor het neutrale woord forces (en niet voor spirits) om de krachten en de website toegankelijk te houden voor een brede doelgroep.

Beelden

Beelden zeggen vaak meer dan woorden. Als je je iets kunt voorstellen bij de krachten, kun je de krachten beter hanteren. Ook al weet je dat het beeld niet echt is, maar een symbolische voorstelling. Het kan mensen helpen om vat te krijgen op krachten die spelen in groepen. Dat is nodig als je keuzes moet maken en je eigen leven wilt leiden. De tijdgeest heeft krachten die soms groter lijken dan die van personen. Die krachten gaan verder dan gevoelens of gedachten die je makkelijk kunt beschrijven. Iedereen heeft met deze groepsdynamische krachten te maken. Ze spelen vaak onderhuids en onbewust. Ook mensen die zeggen ze er niets van merken. Neem bijvoorbeeld iemand die zegt dat hij nooit boos is terwijl de stoom bijna uit zin oren komt. Of een hele groep waarin de woede smeult en kan oplaaien. Dan heb je liever iemand die soms boos is en zijn grenzen laat merken. Of neem mensen die zeggen dat ze nooit bang zijn terwijl je kunt zien dat ze zich groothouden. Die voelen het niet, maar mensen uit de omgeving merken het wel. De paniek neemt toe.

Oud & Nieuw

Hoeveel van die krachten zijn er eigenlijk? Dat is niet duidelijk. We hebben gekozen voor zeven krachten die kunnen zitten achter huidige ontwikkelingen die riskant zijn. Er zijn veel mysterieuze krachten. Krachten in mensen, in groepen en krachten die mensen ervaren als bovenaards of uit een onderwereld. Soms worden ze geesten genoemd maar dat suggereert dat mensen er niets aan kunnen doen. Er zijn veel oude verhalen over bewaard gebleven. Verhalen uit heilige boeken en volksverhalen uit de traditie vertellen ons hoe deze krachten kunnen werken. En in de psychologie en filosofie wordt weer een andere taal gebruikt om de wereld van de geest te duiden. De taal over wat zich in de geest van mensen afspeelt verandert met de tijd. Mensen kijken steeds anders en blijven leren. Dit verhaal houdt rekening met diverse levensbeschouwingen. Je kunt de namen op je eigen manier invullen. In dit verhaal is de wijsheid van oude verhalen, samen met nieuwe kennis naar deze tijd vertaald. Er worden eigentijdse namen, beelden en symbolen aan de krachten van de geest gegeven. Zodat zoveel mogelijk mensen kunnen begrijpen wat zich in de cultuur afspeelt. Zeven krachten, hebben in dit verhaal een modern jasje aan gekregen. Om ze beter te leren kennen. Dat is hard nodig in deze tijd, want deze krachten kunnen, bijvoorbeeld via sociale media, hele groepen te pakken nemen. Dat is de tijdgeest. Je hebt bijvoorbeeld de kwaadspreekgeest die hele groepen zwart kan maken. Daar gaan bepaalde denkbeelden aan vooraf: Wij-zij denken, zwart-wit denken, vijanddenken, wanen en schrikbeelden… Als je dat op tijd in de gaten hebt, kun je je eraan onttrekken. Dit verhaal is een vertaalslag van oude en nieuwe wijsheden naar een beeldtaal die jonge mensen aan zal spreken. Voor hen is dit verhaal in eerste instantie bedoeld. Maar ook voor volwassenen die van een nieuw verhaal houden. Het is een verhaal voor mensen die niet alleen naar de mooie, maar ook naar de donkere kanten van het leven willen kijken. Juist om het donker aan het licht te laten komen.